Van start …

Ik vond parkeerplaats vlak voor mijn deur. Altijd een goed teken.  Schrijvers en bijgeloof … niet los te koppelen van elkaar.
‘Ik heb een nieuw project,’ zei ik, nog voor ik mijn jas over een stoel zwierde. ‘Leven, liefde en aanverwanten in de haven.’
Didier stond bij het aanrecht uien fijn te hakken. De keuken rook naar mosselen, en de parkiet krijste als een meeuw. Weer twee goede voortekens.
‘De haven? Hoe komt ge daar nu bij? Al die fabrieken, dat is toch …’
‘Schoon, ‘ zei ik. ‘Wreed schoon.’
‘Weer zonder bril op de baan, zeker?’
Ik knikte.
‘Vandaar,’ zei hij. ‘Zonder bril is alles schoon, veronderstel ik. Gij hebt gewoon een gehavend zicht, liefje.’
‘Prachtige titel,’ lachte ik, en drukte een zoen op zijn neus.

 

Als er één zonde is waarmee ik geen affiniteit heb, dan is het ‘traagheid’.  Twee dagen later lag mijn plan al op tafel bij het collectief. Nog diezelfde avond werd het goedgekeurd. De volgende dag gingen de eerste mails de deur uit. Naar de schepen van haven en naar de schepen van cultuur.
Cultuur reageerde zoals het een politieker betaamt: nietszeggend positief. Een antwoord waar je op het eerste gezicht alle kanten mee uitkon, maar dat ons gegarandeerd nergens zou brengen.
Het antwoord van Christophe Peeters, schepen van de haven,  was héél anders van toon. Er klonk ‘mens’ in door. Het havenkabinet spéélde geen interesse, ze waren daar  écht geïnteresseerd, en lieten dat blijken door me meteen de gegevens van twee contactpersonen door te spelen. Ik mocht me wenden tot Daan Schalck, directeur van het Gentse havenbedrijf en tot Johan Bresseleers, die voor dat zelfde bedrijf de public relations verzorgt.
De eerste kaap was genomen. We waren definitief van start!